Uitstel wetsvoorstel Bedrag ineens. RVU en Verlofsparen wel akkoord door de Eerste Kamer.

januari 2021

Onder druk van de Eerste Kamer is de invoering van een deel van het wetsvoorstel Bedrag ineens, RVU en Verlofsparen vertraagd.

Wouter Koolmees stelt de ingangsdatum uit naar 01-01-2023 van het Wetsvoorstel Bedrag Ineens. RVU en Verlofsparen gaan beide wel in met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2021, nu de Eerste Kamer daarmee wel heeft ingestemd. Een pijnlijk ‘Nee’ verhinderd hiermee voor de minister een (volledig) akkoord van het eerste wetsvoorstel uit het Pensioenakkoord.

Met name pensioenfondsen en verzekeraars hebben al eerder aangedrongen op de lastige uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel Bedrag Ineens. De Eerste Kamer noemt de uitwerking van de wet een ‘ramp’. Uitstel moet de uitvoeringsproblemen oplossen. De moeilijkheid zit voor een deel in belastingregels. Het moment van de opname van een Bedrag Ineens heeft grote impact. Een gepensioneerde die in december met pensioen gaat en het Bedrag Ineens direct ontvangt betaalt meer belasting dan dezelfde gepensioneerde die het bedrag ontvangt in januari het jaar opvolgend. Een maand uitstel levert ongeveer 20% belastingvoordeel op. Uitvoerders krijgen echter te maken met een keuzemoment van de gepensioneerde en zullen in de situatie van uitstel hier ook administratief op ingesteld moeten zijn.
Een tweede moeilijkheid is het mogelijke verlies van toeslagen, op het moment dat een gepensioneerde een Bedrag Ineens ontvangt. Het inkomen wordt hiermee aanzienlijk verhoogd voor de periode van 1 jaar. Het zou kunnen betekenen dat een gepensioneerde maar 20% overhoudt van de opname van het Bedrag Ineens, terwijl het levenslange pensioen wel wordt verlaagd. Gedegen advies is hier noodzakelijk.

Het tijdelijk schrappen van de vroegpensioen boete vanuit de RVU regeling en Verlofsparen gaan dus wel in met terugwerkende kracht per 01-01-2021.

Wilt u meer weten, neem dan contact op met ArbeidsPlus.

 

november 2020

Het wetsvoorstel Bedrag ineens, RVU en Verlofsparen is aangenomen door de Tweede Kamer. Minister Koolmees van SZW heeft het wetsvoorstel op punten nog aangepast. Zo krijgen gepensioneerden de mogelijkheid het ‘bedrag ineens’ op een later moment uit te laten keren.

Het wetsvoorstel moet werknemers vanaf 2021 meer keuzes geven rondom pensioen.

Wat houdt deze wet in?

Dit wetsvoorstel regelt drie afzonderlijke mogelijkheden.
1) De mogelijkheid om vanuit je pensioen een bedrag ineens van 10% op te nemen. Deze maatregel gaat in per 1 januari 2022.
2) De mogelijkheid om een tijdelijke versoepeling toe te passen van de RVU-heffing bij vervroegde uitdiensttreding.
3) De mogelijkheid voor een uitbreiding van het fiscale verlofsparen. De ingangsdatum van deze twee laatste maatregelen is 1 januari 2021.

Bedrag ineens

Op de pensioeningangsdatum wordt het de pensioengerechtigde mogelijk gemaakt om een bedrag ineens op te nemen vanuit het opgebouwde ouderdomspensioen.
Opname van het bedrag ineens staat open voor die pensioengerechtigde, die ná de inwerkingtreding van de wet, dus ná 1 januari 2022, pensioengerechtigd worden.
Er geldt geen terugwerkende kracht.

Een pensioendeelnemer kan maximaal 10% van de waarde van zijn ouderdomspensioen laten afkopen. In de nota van wijziging heeft de minister een extra afkoopmoment toegevoegd: de deelnemer aan de regeling krijgt voorafgaand aan zijn gewenste pensioeningangsdatum de keuze of hij een bedrag ineens wil opnemen op zijn pensioeningangsdatum of later, namelijk in de maand februari van het jaar volgend op het jaar waarin hij de AOW-leeftijd bereikt (op voorwaarde dat hij met pensioen gaat vóór dit moment). Dit tweede afkoopmoment is in de wet opgenomen vanwege het fiscaal voordeel dat daarmee samenhangt.

Er worden voor de pensioengerechtigde geen beperkingen opgenomen in de bestedingsmogelijkheden.

Aangezien het opnemen van een bedrag ineens van maximaal 10% een aardig bedrag kan opleveren, kan de prikkel om tot afkoop over te gaan wel eens groot zijn. De regeling is daarom niet geheel zonder risico’s. Laat u informeren!

De hoogte van het maximale bedrag ineens is afgeleid van het te ontvangen extra pensioen bij de hoge periode van de hoog-laag constructie. De hoog-laag constructie kent een verhouding tussen de pensioenuitkeringen van 100:75. Een tijdelijke periode van 5 tot 10 jaar hoog op basis van 100% uitkering ten opzichte van vervolgens een levenslange lagere uitkering van 75%.
Deze mogelijkheid blijft bestaan, maar kan niet in combinatie worden toegepast met de opname van het bedrag ineens.

Versoepeling van de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU).

De overheid heeft de RVU-heffing in het leven geroepen om de arbeidsparticipatie van ouderen te vergroten. In beginsel is er sprake van een bij de werkgever belaste vergoeding bij ontslag, de RVU-heffing.

Een RVU-uitkering kan door de werkgever op verschillende manieren worden toegekend.

Het kan zijn dat de werknemer bij ontslag een betaling van een bedrag ineens krijgt, het kan een worden toegekend in de vorm van een wachtgeldregeling, een aanvulling op pensioen of bijvoorbeeld het toekennen van extra verlofuren.

Een vergoeding bij ontslag kenmerkt volgens de wet als een RVU, wanneer een vergoeding op basis van objectieve voorwaarden en kenmerken tot doel heeft om de periode tot aan het pensioen te overbruggen, dan wel te voorzien in aanvullingen op een pensioenregeling.

De aangekondigde versoepeling van de RVU-regeling is in het wetsvoorstel opgenomen om werkgevers alsnog de mogelijkheid te geven om oudere werknemers eerder te laten stopen met werken. Het gaat dan om werknemers die zijn overvallen door de verhoging van de AOW-leeftijd. Deze oudere groep werknemers heeft niet voldoende de tijd gehad om financieel in te spelen op de verhoging van de AOW-leeftijd.

De versoepeling van de RVU-regeling geldt voor werknemers die uiterlijk in het kalenderjaar 2025 de leeftijd bereikt hebben, die ten hoogte drie jaar lager is dan de AOW-leeftijd.

Werkgevers kunnen binnen de 3 jaar voor de AOW-leeftijd een vergoeding bij ontslag meegeven aan deze groep werknemers, zonder dat hierover de RVU-heffing verschuldigd is.

Het maximale bedrag is gelijk aan het nettobedrag aan AOW-uitkering.
De hoogte van de vrijstelling wordt hiermee gekoppeld aan het gebruteerde bedrag van de netto AOW-uitkering voor alleenstaande personen, zoals die geldt op 1 januari van het jaar waarin de uitkering plaatsvindt.

De vrijstelling van de RVU-heffing geldt voor de jaren 2021 tot en met 2025.

Er komt een overgangsregeling voor een uiterlijk op 31 december 2025 schriftelijk overeengekomen RVU. Hieruit kunnen nog uitkeringen volgen in de jaren 2026, 2027 en 2028. Deze overgangsregeling zorgt ervoor dat ook werknemers die in 2023, 2024 en 2025 aan de voorwaarden voldoen een regeling kunnen krijgen ter overbrugging van de periode tot aan het bereiken van de AOW-leeftijd.

Uitbreiding van het verlofsparen.

Doel van deze uitbreiding is dat werkgevers meer ruimte kunnen bieden aan werknemers
om vaker of langer verlof op te nemen of om bijvoorbeeld eerder met pensioen te gaan. Zo wil de wetgever het mogelijk maken om de balans tussen werk en privé te verbeteren.

In de praktijk betekent dit dat werknemers het verlofsparen kunnen inzetten voor

Bijvoorbeeld om- of bijscholing, een sabbatical of voor mantelzorg.

In het wetsvoorstel is een verruiming opgenomen voor de periode van verlofsparen van 50 naar maximaal 100 weken.

Over de bedragen aan verlofsparen wordt op moment van inleg geen loonheffing afgedragen.

Werkgevers moeten de verplichting aan opgebouwd verlofsparen van werknemers op de balans zetten, tot het moment dat het verlofsparen per werknemer wordt uitbetaald.

Bij een werkgever die minder solvabel is of zelfs dreigt failliet te gaan loopt de werknemer het risico dat het saldo aan verlofsparen tijdelijk niet wordt uitbetaald of zelf geheel verloren gaat.

Meer weten? Neem contact op!

Drs. E.T.Langhorst

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

Deel deze blog